Is mijn website geschikt voor mensen met een (lees)beperking?

Is mijn website geschikt voor mensen met een (lees)beperking?

Het is belangrijk dat een praktijkwebsite toegankelijk is voor iedereen. Denk daarbij ook aan mensen met een visuele of cognitieve beperking, zoals blinden en slechtzienden of mensen die niet in staat zijn om een toetsenbord of een muis te bedienen.

In de meeste gevallen gebruikt deze doelgroep zogeheten voorleessoftware, waarbij digitale teksten worden voorgelezen met goed klinkende stemmen. Het is daarbij belangrijk dat de software de teksten goed kan lezen. Om je teksten hiervoor beter leesbaar te maken, hebben we een aantal tips.

 

Tip 1: Maak gebruik van opsommingstekens op je website

Stel; je wilt omschrijven voor welke klachten de patiënt direct contact moet opnemen met de praktijk. Vaak wordt voor de opsomming van de klachten gebruik gemaakt van bijvoorbeeld streepjes in de kantlijn.

Voorbeeld van streepjes in de kantlijn

Om tekst goed voor te kunnen laten lezen is het aan te raden om geen gebruik te maken van streepjes, maar van opsommingstekens. Door opsommingstekens te gebruiken, snapt de voorleessoftware dat de tekst puntsgewijs moet worden voorgelezen.

Bekijk in de video hoe u opsommingstekens toevoegt en hoe dit wordt voor gelezen.

 

 

Tip 2: Maak gebruik van koppen op je pagina’s

De bezoeker van je website zal waarschijnlijk eerst alle koppen op je pagina lezen om zo de structuur te herkennen en snel te vinden wat hij of zij zoekt.
Ook voorleessoftware kan op deze wijze een structuur herkennen en voorkomen dat de hele pagina moet worden voorgelezen aan iemand die bijvoorbeeld blind is.

Het is daarom verstandig om alle pagina’s op je website op te bouwen met gebruik van kopteksten.  Zo kan iemand met een beperking ook snel de juiste informatie vinden.

Het gebruik van kopteksten ziet er als volgt uit:

Werk in de juiste volgorde

Een kop in codetaal wordt aangeduid met H1, H2 , H3 etc. Hierbij staan de cijfers voor de mate van belangrijkheid.

De titel van je pagina wordt getoond met een Koptekst 1 [H1). Logischerwijs vervolg je dan de rest van je koppen met een Koptekst 2 en een Koptekst 3. (H2, H3)

Begin dus niet met een H3, ook al ziet dat er visueel misschien mooier uit.

Bekijk in de video hoe je koppen maakt op een pagina

 

 

Tip 3: Gebruik altijd een omschrijving bij het invoegen van een afbeelding op je website

Probeer bij afbeeldingen altijd een goede omschrijving mee te geven. In het beheersysteem van een website heet dit een alternatieve tekst of in code taal een ALT-tekst.

Bij het toevoegen van een afbeelding aan een website wordt hiervoor altijd een veld getoond. Laat je deze zogeheten ALT-tekst leeg, dan negeert de voorleessoftware deze afbeelding.

Geef je in dit veld een omschrijving van de afbeelding, dan zal de voorleessoftware dit herkennen en netjes voorlezen waar de afbeelding over gaat. Op deze wijze kan iemand met een visuele beperking de afbeelding ook begrijpen.

Bekijk in de video hoe je een ALT-Tekst toevoegt aan je afbeelding 

 

Tip 4: Gebruik een omschrijvende link-tekst

We zien vaak dat alleen de woorden ‘klik hier’ worden gebruikt bij link-teksten. Dit is voor mensen met voorleessoftware niet prettig. Zij weten dan namelijk niet waar ‘klik hier ’ naar verwijst.

Stel je verwijst naar een pagina over klachten en de processierups, dan kun je het beste de link-tekst ‘lees meer over de processierups ‘ gebruiken met een link naar de pagina.

Op deze wijze is het vooraf duidelijk waar je naar toe gaat als je op de link klikt.

 

Voorbeeld van een omschrijvende link-tekst 

Zo snapt de patiënt je zorg website

Zo snapt de patiënt je zorg website

Op de gemiddelde site van een huisarts, fysiotherapeut of andere eerstelijnszorgverlener komen met een gerust hart tientallen bezoekers per dag. Die bezoekers moeten echter wel weten wat ze op de site precies kunnen doen. In dit artikel daarom drie tips vanuit het oogpunt communicatie.

Let wel: De AVG reikt veel verder dan alleen uw website. Voor een volledig overzicht van AVG adviseren wij de website van Autoriteit Persoonsbescherming (AP) te raadplegen.

 

Tip 1 – Richt de website in op de meest gevraagde informatie

Zorg dat je website goed is ingericht op de meest gevraagde informatie. Een zorgsite kent een aantal basisfunctionaliteiten, denk aan: adresgegevens, het aanvragen van een herhaalrecept of het inplannen van een afspraak.

80% van websitebezoekers zoekt naar basale informatie

Volgens onze cijfers* zoekt liefst tachtig procent van de bezoekers naar dat soort basale informatie. Het is dus essentieel om ervoor te zorgen dat die content makkelijk te vinden is.

Dat kan door grote, heldere knoppen of een prettig leesbaar lettertype. Check vooral de verschillende voorbeelden binnen ons portfolio. Of het nu gaat om Eerstelijnsscentrum Tiel of Apotheek Opdam, allen hebben ze een eigen huisstijl en kleurstellen, maar een ding is hetzelfde: de set knoppen om afspraken te maken of herhaalmedicatie aan te vragen.

Tip 2  – Zorg voor een leesbare site

Een website moet anno 2019 responsive zijn. Dat is een duur woord voor ‘leesbaar op mobiel, tablet en pc’. Waarom? Statistisch gezien worden huisartsensites het meest bekeken op een smartphone, gevolgd door de pc en tot slot de tablet.

Is je mobiele site dus niet in orde, dan zal dat een probleem opleveren voor je gebruikers (lees: je patiënten).

Maar naast het responsive element is ook de helderheid van tekst van belang. Snapt de lezer wat je wil zeggen? Komt een eventueel artikel met informatie over extra diensten wel over? Kortom, vraag jezelf af: hoe begrijpelijk is mijn website? Om jullie als zorgverlener hierbij te helpen hebben we al eerder een aantal stukken geschreven:

Zo zorg je voor een prettig leesbare zorgsite;
Zo schrijf je glasheldere teksten voor je zorgsite

 

Tip 3 – Less is more

Een gemiddelde fysiotherapeut die flink heeft doorgestudeerd kan zo een stuk of tien verschillende technieken hebben om een patiënt te helpen. Van manuele therapie en bekken fysiotherapie tot kinder fysiotherapie – als je al die verschillende technieken en daarbij behorende oplossingen uitgebreid op je website vermeld, dan kan het best een onoverzichtelijke bende worden. Dan weet de bezoeker niet precies meer waar hij wat moet zoeken.

helder en duidelijkheid op de website = less is more

Zorg er dus vooral voor dat je website helder en duidelijk blijft. Less is more, in zo’n geval. Een simpele opsomming van gebruikte technieken is bijvoorbeeld al voldoende – meer inzichten kun je tijdens het eerste consult met een patiënt delen.

Mocht, na een korte analyse van je websitegebruik, blijken dat gebruikers wellicht iets missen, dan kun je dat altijd nog toevoegen. Om dat goed te monitoren kun je bijvoorbeeld gebruik maken van Google Analytics. Dit betekent overigens niet dat je zo weinig mogelijk tekst op je site moet zetten. Nee, je moet zorgen dat je artikelen en content effectief en functioneel zijn. En dat ze bijvoorbeeld vindbaar zijn in Google.

Meer vragen? Neem contact met ons op via de Neem contact met ons op via de contactpagina.

*= gebaseerd op database klanten Yard zorg sites

Zo schrijf je glasheldere teksten voor je zorgsite

Zo schrijf je glasheldere teksten voor je zorgsite

Het schrijven en bedenken van een inhoudelijk sterke blog is verre van eenvoudig. Niet alleen is een goede spelling of woordkeus nodig, ook moet er worden nagedacht over de opbouw en structuur van een artikel.

Wat zorgt ervoor dat een blog leesbaar en interessant is en blijft? Kortom: hoe vertel je een verhaal?

 

Tip 1. WWWH

Het belangrijkste nieuws eerst. Dat is een adagium uit de journalistiek, maar is ook zeker van toepassing op geschreven webcontent. Mensen moeten nu eenmaal weten wat ze gaan lezen en vooral niet verdwaald raken in overdadig gebruik van bijvoeglijke naamwoorden of vaktermen.

Heel simpel: beschrijf in je inleiding en eerste alinea wat het onderwerp van je stuk is.

Daar is een handig trucje voor. Denk bij het schrijven aan WWWWH. Dat is niet een of andere hippe nieuwe weburl, maar staat voor WIE, WAT, WAAR, WAAROM en HOE.

Als je deze vijf elementen in het begin van je stuk verwerkt, is het voor iedereen duidelijk waar het over gaat. Daar kan eventueel een vijfde W aan toegevoegd worden die staat voor ‘WANNEER’, maar dat is een beetje afhankelijk van je blog.

Concreet voorbeeld:

PvdA wint verkiezingen. Lodewijk Asscher is heel blij.

Als je zo’n zin als inleiding doet, heeft niemand enig idee waar het over gaat. Welke verkiezingen? Wie is Lodewijk Asscher? En wie of wat is, even gechargeerd, de PvdA eigenlijk? Kortom: er is meer informatie nodig.

Beter:

PvdA is de grootste partij geworden tijdens de Europese Parlementsverkiezingen van 2019 van afgelopen donderdag. Fractievoorzitter Lodewijk Asscher is heel blij.

Simpel gezegd: er is de nodige duiding in een inleiding nodig om tot een goed verhaal te komen.

 

Tip 2. Denk in alinea’s en tussenkopjes

Veel beginnende schrijvers hebben de neiging om van de hak op de tak te gaan. Zeker in een gespecialiseerd vakgebied (denk bijvoorbeeld: de zorg) wordt er nogal eens uitgewijd over onderwerpen die feitelijk niets van doen hebben met je daadwerkelijke blog.

Dat heeft vaak te maken met een te grote hoeveelheid aan kennis. Dat klinkt misschien gek, maar doordat je zó diep in de materie van je eigen vak zit, wil je misschien meer vertellen dan nodig in het stuk.

Dat is op te lossen door je artikelen op te delen in alinea’s, die allen als een soort van kleine verhaaltjes fungeren, zie ze als subthema’s. Hoe je dat precies doet is moeilijk te zeggen, en is ook een kwestie van aanvoelen (al zijn er wel wat regels).

De vier alinea’s van deze tip hebben bijvoorbeeld ook, als je goed kijkt, allemaal een specifiek thema. Kijk maar:

Onderwerp 1: Fout van schrijvers.
Onderwerp 2: Uitleg fouten van schrijvers.
Onderwerp 3: Oplossen van fouten.
Onderwerp 4: Voorbeelden alinea’s.

 

Tip 3. Schrijven is schrappen

Jij hebt een uitgebreid verhaal geschreven? Mooi! Maar de kans is groot dat je blog veel te lang is. Schrijven is schrappen. Ook dat is een adagium uit de journalistiek, maar wel eentje die zeker op het gebied van corporate teksten van toepassing is.

Gaan mensen die twee- of drieduizend woorden überhaupt lezen?

Een longread of whitepaper is best leuk, maar vraag jezelf af: gaan mensen die twee- of drieduizend woorden überhaupt lezen? De kans dat het antwoord ‘nee’ is, is helaas groter dan je denkt – mensen hebben nu eenmaal een beperkte aandachtsspanne.

Daar wordt overigens ook misbruik van gemaakt: denk aan de ‘kleine lettertjes’ bij een contract of een disclaimerpagina. Dat zijn vaak hele lange teksten, die je vaak skipt. Dan zet je een handtekening of drukt op ‘agree’, zonder dat je weet waar je nu eigenlijk mee akkoord gaat.

Valt hij of zij in slaap na 6 alinea’s, dan moet je ‘m inkorten

Om te voorkomen dat je blog te lang wordt is het slim je stuk te laten lezen door een collega. Valt hij of zij in slaap na 6 alinea’s, dan moet je ‘m inkorten. Als je stuk goed is opgebouwd, dan zou dat niet ingewikkeld moeten zijn – als je rekening met tip 1 hebt gehouden, ten minste.

Toch een lange tekst? Maak gebruik van lekker leesbare tussenkoppen en zorg dat de boel er visueel aantrekkelijk uitziet.

Succes met schrijven!

Zo ‘zorg’ je voor een prettig leesbare zorgsite

Zo ‘zorg’ je voor een prettig leesbare zorgsite

Een website kan er visueel nog zo mooi uitzien, maar als de geschreven tekst van beroerde kwaliteit is, is ‘ie al snel weinig geloofwaardig. Daarom geeft Yard Zorg sites je drie tips hoe je je schrijfstijl verbetert.

 
1. Schrijf actief

Je kunt op deze button klikken
Of
Je kan je hier inschrijven

Dit soort passieve zinnen zie je heel vaak op internet. De vraag rijst: waarom? Het is lelijk en volstrekt overbodig. Schrijf je als publicist actief, dan leest het niet alleen een stuk prettiger, de lezer krijgt ook het idee dat hij in het verhaal gezogen wordt. Wellicht klinkt het wat overdreven, maar ga eens na

Je kunt op deze button klikken
Of
Je klikt op deze button

Je kan je hier inschrijven
Of
Je schrijft je hier in

Wat leest prettiger? Het verschil is duidelijk, maar veel mensen hebben moeite om die actieve manier van schrijven toe te passen. Een oplossing is om woorden als ‘kunnen’ ‘worden’ of ‘moeten’ extra in de gaten te houden. Gebruik je een van die woorden, vraag je dan af: is ‘ie functioneel of niet? Bijkomend voordeel van actief schrijven: je spoort de lezer sneller aan tot het doen van een handeling.

Een uitgebreide uitleg over actief en passief taalgebruik vind je op Wikipedia.

 

2. Let op de spelling

Dit klinkt als een zeer logische tip, maar vergis je niet: een website van een zorgverlener is weinig geloofwaardig (of: professioneel) als er consequent spel- of tikfouten gemaakt worden. Het is weliswaar niet de core business van een gemiddelde huisarts of fysiotherapeut, maar een goede spelling draagt wel bij aan een professioneel uiterlijk van een bedrijf.

Het komt weleens voor dat de teksten voor de website van een zorgverlener ‘er een beetje bij worden gedaan’ en dat is direct terug te lezen. In een ideale situatie laat je de artikelen nalezen door een eindredacteur, maar is die niet voorhanden, dan is een collega een goede optie. Gegarandeerd dat hij of zij nog een tikfoutje uit je stuk haalt – een mens leest nou eenmaal vaak over zijn eigen fouten heen.

Trucje voor een goede spelling? Google het woord of de zinsconstructie. Het klinkt stom, maar statistisch gezien spellen mensen nog altijd beter dan slechter. Disclaimer: dit werkt niet altijd natuurlijk, maar als je het echt niet weet kan het een oplossing zijn. Nu maar hopen dat dit stuk geen verkeerde zpelling bevat. Oh, wacht…

 

3. Vermijd corporate taalgebruik

Een stukje feedback. Klantcontact naar de mensen toe. Iets aanvliegen of uitfaseren. Een no-brainer. Dat is de bottleneck. Zo maar vijf voorbeelden van totaal overbodige zinnen, veelal gebruikt in managementoverleggen en overdreven lange whitepapers. Het is een misvatting om te denken dat als je  in je tekst dure of hippe woorden gebruikt deze meer serieus wordt genomen. Sterker nog: het kan zelfs op de lachspieren werken, of de boel zó ingewikkeld maken dat niemand het verhaal uiteindelijk begrijpt. Publicist Hein Pragt heeft een mooie pagina gewijd aan deze tekstuele gekkigheid.

Zeker ‘een stuk’ wordt veel gebruikt. Het is eigenlijk een manier om het woord of het besproken onderwerp iets te matigen, een soort van overbodige nuance. Dat is vaak nergens voor nodig.

Bijvoorbeeld:

Dit zorgt voor een stukje gebruiksvriendelijkheid.

Is prima te vervangen door:

Hierdoor is het gebruiksvriendelijk.

Verder zijn er in de zorg zijn er ongetwijfeld een hele hoop vaktermen. Vaktermen die jij en je collega zullen begrijpen, maar de bezoeker van je site niet. Het is dus zaak om die vooral niet te gebruiken. Een eenvoudige manier om te checken of mensen je teksten snappen? Laat je vriend, vriendin of je moeder het lezen. Mensen die niet uit je vakgebied komen en er dus weinig vanaf weten. Snappen zij je fijne proza, dan is hij begrijpelijk geschreven. Goed gedaan.

 

Tot slot

Schrijven is niet voor iedereen. Het klinkt flauw, maar een goede tekst schrijft zichzelf niet. Er zijn veel mensen die moeite hebben om tot een paar honderd nuttige woorden te komen en dat is ook niet zo raar. Schrijven is immers een vak, net als het beter maken van patiënten dat is. In dat opzicht is het soms relevant je af te vragen: kan ik niet beter mijn collega of een communicatiedeskundige bellen?

Want nogmaals: een slechte tekst werkt averechts. Dat is een olijk rijmpje, maar een waarheid als een koe.

En alleen al daarom komen we volgende maand met weer een serie tips. Dan gaan we meer in op de structuur en inhoud van een verhaal.

 

Beeldmateriaal

Afbeelding actief vs. passief: Duisenburghvermogensregie.nl

Afbeelding een stuk van een collega: nrc.next

Hoe dragen teksten bij aan je positie in Google?

Hoe dragen teksten bij aan je positie in Google?

Een betere positie van je praktijkwebsite in Google, hoe doe je dat? Plaats je regelmatig informatie op een praktijkwebsite (bijvoorbeeld nieuws, artikelen en downloads) dan word je beter gevonden.

 

Zoekrobots bezoeken je praktijkwebsite

Zoekmachines, zoals Google of Bing, maken gebruik van zoekrobots die het internet afspeuren naar websites. Een zoekrobot, ook wel ‘bot’ genoemd, is een computerprogramma die websites bezoekt en gegevens daaruit ten behoeve van een zoekmachine opslaat in een database.

Vervolgens geven deze zogeheten ‘bots’ jouw website een indexering (oftewel: een waardering) op basis van een ingewikkeld algoritme. Op die manier kan jouw praktijkwebsite geïndexeerd worden. En hoe beter je geïndexeerd wordt, hoe meer bezoekers dat uiteindelijk oplevert.

 

Welke factoren geven mijn praktijkwebsite een betere positie in Google?

Zoekmachines maken een website beter vindbaar met behulp van een aantal factoren:

  • Het aantal websites dat een verwijzing maakt naar jouw website;
  • Het aantal en type zoekwoorden dat je gebruikt;
  • Hoe vaak een website wordt bijgewerkt.

Voeg je dus regelmatig teksten en artikelen toe met de juiste zoekwoorden, dan ziet de zoekmachine van Google dit en past het de ranking van je site aan.

 

Maar hoe kun je onderzoeken of je praktijkwebsite wel gevonden is door een zoekrobot van Google?

Ga naar www.google.nl en plaats het webadres van je praktijkwebsite in het zoekvenster, zoals in onderstaand voorbeeld, Plaats voorafgaand ‘site:www.’

Als de meeste pagina’s van je website tevoorschijn komen in de zoekresultaten dan ben je gevonden door Google. Krijg je weinig tot geen resultaten? Neem dan contact op met je webbouwer om samen te bekijken waar het probleem ligt.

Is je website goed vindbaar, dan is het nog steeds verstandig om regelmatig berichten te plaatsen op je website. Zoals gezegd struint Google constant het internet af. Heb je al een tijdje niks gedaan dan kan dit nadelig uitpakken voor je ranking.

Tip: Bekijk regelmatig de statistieken van je website. Hier kun je zien of je websitebezoek toe of afneemt. Daar zijn verschillende tools voor, waaronder Google Analytics.

Een voorbeeld van gevonden website pagina’s van een zorgcentrum. De pagina’s van Eerstelijnszorgcentrum Tiel worden goed geïndexeerd.

Op welke zoekwoorden word ik nu gevonden?

Meld je website aan bij Google Search Console of vraag of je webbouwer of digitale specialist de website toevoegt aan zijn account. Via Google Search Console kun je zien op welke zoekwoorden de bezoekers binnenkomen. Deze zoekwoorden kun je vervolgens gebruiken in je teksten om de positionering binnen Google te versterken.

Hoe maak ik mijn praktijkwebsite beter vindbaar op bepaalde zoekwoorden

In onze volgende blogpost vertellen we daar meer over, maar hier alvast twee korte tips.

Tip 1:
Denk van tevoren goed na welke zoekwoorden belangrijk zijn voor jouw praktijkwebsite. Welke diensten zijn belangrijk voor je praktijk? Probeer je anderzijds ook te verplaatsen in het zoekgedrag van verschillende cliënt- & patiënt- doelgroepen, van jong tot oud. Wat is voor hun belangrijk en welke zoekopdrachten zouden zij gebruiken?

Tip 2:
Een makkelijke en snelle manier om een idee te krijgen van belangrijke zoekwoorden: Ga naar Google.nl, begin met het invoeren van zoekwoorden en voer de zoekopdracht uit. Onderaan de pagina laat Google dan ook andere suggesties zien. hiermee laat Google zien op welke zoekwoorden er nog meer vaak wordt gezocht.

Zo is je gezondheidscentrum of praktijk nog beter vindbaar in Google

Zo is je gezondheidscentrum of praktijk nog beter vindbaar in Google

8 tips om lokaal goed vindbaar te zijn voor (nieuwe) patiënten

Patiënten zoeken steeds vaker online naar het adres of de openingstijden van je praktijk. In de meeste gevallen gebeurt dit op een smartphone en worden ook kaarten apps, zoals Google Maps of Apple Maps, geraadpleegd. Om als zorgverlener beter vindbaar te zijn in de (lokale) zoekresultaten naar voren te komen hebben we 8 tips voor je op een rij gezet.

 

1. Contactgegevens praktijk

Verwerk op je website de contactgegevens van de praktijk niet alleen op de homepagina, maar ook op een aparte pagina, bijvoorbeeld de pagina waar de patiënt een vraag kan stellen of de pagina praktijkinformatie.

Verwerk de contactgegevens van de praktijk op je social-media profielpagina, zoals Facebook, Twitter, Instagram en LinkedIn.

Communiceer je met je patiënt via e-mail? Zorg dan dat je adres ook in je e-mailhandtekening staat.

 

2. Google bedrijvenpagina

Maak een Google Mijn Bedrijf-pagina aan voor je praktijk. Is er al een pagina? Claim de pagina dan eerst en vul deze vervolgens zo volledig mogelijk aan. Je kunt niet alleen het adres en de URL van de praktijk aanvullen, maar ook openingstijden en foto’s toevoegen. Hoe meer informatie je aanlevert, hoe meer informatie Google kan tonen aan gebruikers op de verschillende diensten van Google (o.a. Google Maps, Google+ en Google Zoeken).

Meer info: https://www.google.nl/intl/nl/business/

 

3. Apple Maps

iPhone-gebruikers maken vaak gebruik van Apple Maps in plaats van Google Maps. Meld je praktijk daarom ook aan bij Apple Maps en wees hier ook zo volledig mogelijk.

Meer info: mapsconnect.apple.com
• Log in met je Apple ID (of maak er eerst een aan via appleid.apple.com)
• Kies een taal
• Klik op ‘Voeg mijn bedrijf toe’

 

4. Google Maps

Plaats een Google Maps-kaart op je website bij je contactgegevens.

5. Relevante zoekwoorden & websiteteksten

Wil je vindbaar zijn als ‘gezondheidscentrum’ in ‘Utrecht’, zorg dan dat je de juiste zoekwoorden gebruikt op je website. Vraag je (nieuwe) patient hoe hij/zij naar jouw praktijk heeft gezocht en gebruik deze zoekwoorden op je website door deze te verwerken in je websiteteksten. Vergeet niet de titels en tussenkoppen mee te nemen.
Neem de zoekwoorden ook op in de bestandsnamen van de afbeeldingen die je uploadt en in de alt-tekst van de afbeelding. De alt-tekst van de afbeelding is de alternatieve tekst die Google vertoont als de afbeelding niet laadt.

Je kunt ook een online-keyword tool gebruiken, zoals Adwords Keyword Planner. Via deze tool kun je achterhalen welke zoektermen relevant zijn voor je praktijk.” Meer info: https://adwords.google.nl/keywordplanner

Zorg ervoor dat je naast relevante zoekwoorden ook regelmatig een update of artikel plaatst op je site. Een update over de gewijzigde openingstijden of een nieuwe medewerker kan al helpen. Maar ga ook inhoudelijk in op bijvoorbeeld een nieuw beweegprogramma of de jaarlijkse griepvaccinatie.

Google waardeert websites die geregeld hun website updaten of artikelen toevoegen automatisch hoger, omdat dit voor hen aangeeft dat je voldoende informatie te bieden hebt en jij up-to-date bent over deze onderwerpen.

 

6. Online vermelding

Een online vermelding is een referentie naar jouw praktijk. Bijvoorbeeld naar je praktijknaam, je adres of telefoonnummer.
Een aantal sites die relevant zijn voor een online vermelding zijn www.detelefoongids.nl, www.openingstijden.nl, www.zorgkaartnederland.nl en www.kiesuwhuisarts.nl.

Of het nu gaat om een fysiotherapiepraktijk, een tandartspraktijk, een gezondheidscentrum of een zorggroep. Voor alle disciplines zijn er goede referenties te vinden die vaak op de eerste pagina voor lokale zoekopdrachten komen te staan. Zorg ervoor dat jouw praktijk een vermelding heeft bij deze referenties.

 

7. Reviews

Reviews van patiënten zijn niet alleen belangrijk voor het binnenhalen van nieuwe patiënten, maar ook voor de vindbaarheid van je website.
Zorgverleners met goede reviews op Google en Facebook kunnen waardevol zijn voor je positie in Google.

Probeer zoveel mogelijk reviews te verzamelen van patiënten. Vraag je patiënt niet alleen om een review achter te laten op bijvoorbeeld Facebook, Google, ZorgkaartNederland of Independer, maar probeer er ook zelf op te reageren. Dit kan een bedankje zijn, maar ook een oplossing bij een probleem. Reageren op een review verhoogt ook je betrouwbaarheid als praktijk.

 

8. Mobielvriendelijkheid

Zorg dat de website van je praktijk mobielvriendelijk is en optimaal voor gebruik op een smartphone of tablet. De knoppen moeten groot genoeg zijn, en alle informatie moet in het scherm passen. Hoe langer de bezoekers van je website blijven en doorklikken, hoe beter vindbaar je website zal worden.

Google geeft aan dat websites die ‘mobile-friendly’ zijn opgezet hoger worden gewaardeerd in de zoekresultaten.

Veilig inloggen: tips en trucs voor een goed wachtwoord

Veilig inloggen: tips en trucs voor een goed wachtwoord

Je kunt het je haast niet voorstellen, maar uit een zeer recent onderzoek blijkt dat nog altijd 17 procent van de mensen ‘123456’ als wachtwoord gebruiken, gevolgd door het even zo verrassende ‘123456789’. Nu is het nogal een open deur om te stellen dat dit soort passwords niet zo slim zijn, maar wat moet je dan wel doen?

Hoewel fabrikanten en ontwikkelaars druk bezig zijn met de ontwikkeling van producten met iris- of vingerafdrukscanners lijken dat soort innovaties nog ver weg als het gaat om internet. Wie actief is op sites en communities moet in 99 van de honderd gevallen inloggen met een gebruikersnaam en wachtwoord. Dan kun je er maar beter voor zorgen dat je dit zo goed mogelijk doet.

Hackers zijn tegenwoordig slimmer dan ooit en kunnen relatief snel achter je gegevens komen, zeker wanneer je een zwak wachtwoord gebruikt. Gebruik daarom geen namen van familieleden, geen geboortedata van je kinderen of woonplaatsen – dingen die te achterhalen zijn door derden zijn te eenvoudig en bedenk daarom iets wat alleen jij kunt weten. Gebruik hoofd en kleine letters, cijfers en interpunctie. Gebruik meer dan 10 tekens. Het lijken nogal logische oplossingen, maar het wordt nogal vaak vergeten. Te vaak.

 

Facebook in tien minuten gehackt

Natuurlijk, hoe veilig je wachtwoord ook is, er bestaat altijd een kans gehackt te worden. Zo deed Esquire-auteur Rens Lieman voor een artikel ooit een oproep hem (al dan niet anoniem) te hacken. Binnen één minuut (!) had iemand zijn Facebook gekraakt. En onlangs kwam SGP-voorman Kees van der Staaij nogal negatief in het nieuws doordat RTL-techjournalist Daniel Verlaan in samenwerking met een handige jongen op een relatief eenvoudige wijze zijn twitteraccount wist te veroveren. Via de ‘brute-force-techniek’, waarbij er in no-time duizenden (redelijk voorspelbare) wachtwoorden worden uitgeprobeerd, kon Verlaan het account binnen, om vervolgens dit tweetje te versturen:

Wat we maar willen zeggen: let op je wachtwoord.

 

Tweestapsverificatie

Meest belangrijk is echter te kijken naar Two Factor Authentication (2FA). Deze techniek is niets meer dan een dubbele check. Nadat je eerst een wachtwoord hebt ingegeven, ontvang je elders een bericht waarbij je aangeeft dat jij inderdaad wilt inloggen en niet iemand anders. Bekend voorbeeld is DigID, waarbij je na het invoeren van je gegevens een code per SMS krijgt opgestuurd die je moet ingeven op de site.

Lang niet alle online diensten en sites gebruiken overigens 2FA, maar de verwachting is dat dit de komende tijd gaat veranderen. Gmail en Facebook zijn bekende diensten waarbij je al wel gebruik kunt maken van tweestapsverificatie (vaak moet je dit overigens wel zelf aanzetten).

Verder hebben veel mensen de neiging om één wachtwoord voor meerdere sites te gebruiken. Dat is niet zo slim: via diverse programmaatjes kunnen kwaadwillenden op eenvoudige wijze met jouw gegevens het internet afstruinen. Voor je het weet hebben ze niet alleen je Twitter-account, maar ook al je andere diensten te pakken.

Het is dus raadzaam om meerdere wachtwoorden voor verschillende sites of communities te gebruiken. Maar als proactieve internetgebruiker is dat nogal een gedoe: hoe onthoud je die tientallen verschillende paswoorden?

 

Wachtwoord opslaan in browser: niet doen

Tegenwoordig bieden browsers de mogelijkheid om je wachtwoorden automatisch voor je op te slaan. Dit is echter af te raden. Zo gebruikt Google Chrome voor de versleuteling het hoofdwachtwoord van Windows. Als een hacker toegang krijgt tot je pc, kan hij dan gemakkelijk alle opgeslagen wachtwoorden binnen harken. FireFox en Safari zijn met behulp van encryptie iets veiliger, maar nog altijd lijkt het slimmer om te zoeken naar een alternatief.

Een oplossing zit er in het gebruik van een wachtwoordmanager. Dat is een (soms) gratis tool die fungeert als een soort van kluis waarin je al je wachtwoorden stalt. Een wachtwoordmanager heeft een sterke versleuteling waardoor eventuele kwaadwillenden geen kans krijgen.

“Een wachtwoordmanager heeft een sterke versleuteling waardoor kwaadwillenden geen kans krijgen.”

Belangrijk bij het gebruik van een wachtwoordmanager is de keuze van het hoofdwachtwoord: de moet sterk zijn, met hoofd en kleine letters, getallen en uitroeptekens. En, het lijkt misschien nodeloos om te zeggen, maar: deze mag nooit in verkeerde handen vallen. Oh, en mocht je ‘m vergeten, dan heb je pech: er is geen mogelijkheid om een vervangend wachtwoord aan te vragen. Zo ben je echt altijd de enige die bij de kluis kan. Yard Internet zet de drie belangrijkste wachtwoordmanagers op een rijtje.

Wachtwoordmanagers getest:

LastPass

Een van de bekendste managers is LastPass. Deze logt dankzij een handige browserextensie automatisch in bij opgeslagen sites. LastPass geeft een waarschuwing wanneer een website slachtoffer is van een hack en controleert of je niet per ongeluk hetzelfde wachtwoord gebruikt bij verschillende sites. De dienst is gratis, maar wie alles uit Last Pass wil halen betaald ongeveer 12 euro per jaar.

LogMeOnce

Een zeer uitgebreide manager met een bijzondere functie. Je kunt namelijk ‘passworldless’ inloggen. Je gebruikt voor verificatie geen wachtwoord, maar een ander apparaat, denk aan je smartphone of tablet. Er zijn apps voor Android en iOS. Via de website van LogMeOnce beheer je alle wachtwoorden, waarbij met een druk op de knop alle zwakke broeders te zien zijn. Voor extra veiligheid kun je Two Factor Authentication aanzetten.

Dashlane

Een zeer overzichtelijke wachtwoordmanager die volautomatisch inlogt op websites. Zelfs het klikken op ‘Inloggen’ is niet meer nodig. Opmerkelijke feature is ‘Emergency Contact’, waarbij je iemand kiest die eventueel toegang mag vragen tot de manager. Dat kan handig zijn als een collega moet inloggen als je er niet bent. Dashlane is er in een gratis vorm, maar synchroniseert dan geen wachtwoorden tussen apparaten. De beste optie is daarom een betaald account van circa 38 euro per jaar te nemen.

Een goede praktijk of huisartsensite? 5 tips om op te letten!

Een goede praktijk of huisartsensite? 5 tips om op te letten!

Uw huidige praktijk of huisartsensite voldoet niet? Of u werkt sinds kort samen in een gezondheidscentrum en wilt een nieuwe online uitstraling voor uw groep?  Hierbij 5 tips die u op weg helpen!

 

Een standaard praktijk of huisartsensite?

Veel online bureau’s en freelancers kunnen een praktijk of huisartsen site maken. U krijgt dan een website op maat. Een gestandaardiseerde praktijksite biedt een aantal voordelen:

  • het product is klaar. U bent dus snel online
  • de kennis en ervaring zit in het product
  • het is goedkoper omdat de ontwikkeling gedeeld wordt
  • u lift mee op doorontwikkeling; uw site verouderd dus niet

Voldoet een standaardsite, dan bent u over het algemeen veel goedkoper uit dan dat u een praktijksite op maat laat maken.

 

Uw online diensten makkelijk toegankelijk

Bezoekers van uw site vinden het niet fijn om naar een andere site te gaan voor bijvoorbeeld het maken van een afspraak. Maak het uw bezoeker zo eenvoudig mogelijk! Integreer dus zoveel mogelijk in de praktijksite. En als dit niet kan zorg dan in ieder geval voor een uniforme vormgeving.

 

Zorg ervoor dat uw praktijk of huisartsensite niet verouderd!

Uw  praktijk of huisartsen website moet veilig zijn. Dit betekent dat de software waarop de site draait niet mag verouderen, dit leidt tot beveiligingslekken. Ook is het belangrijk dat de website er goed uit blijft zien op nieuwe versies van webbrowsers en nieuwe mobiele apparaten. Mijn tip is dus om uw huisartsensite in professionele handen te geven bij een partij die dit voor u regelt.

 

Makkelijk informatie toevoegen aan uw site

Als de website online staat zult u regelmatig nieuwe formulieren, pagina’s afbeeldingen willen wijzigen of toevoegen. Kijk bij de selectie van een huisartsen site goed naar de beheermogelijkheden. Bent u in staat zelf bijvoorbeeld een aanmeld of vaccinatieformulier aan te maken? Dit scheelt u straks veel in de kosten.

 

Is uw praktijk of huisartsensite flexibel?

Werkt u met meerdere huisartsen samen of bent  onderdeel van een gezondheidscentrum of zorggroep? Een website speciaal voor groepen is dan een slimme keuze. U kunt dan zowel uw praktijk als het centrum of groep goed online presenteren.

Heeft u vragen of meer tips die ik kan toevoegen, ik hoor het graag! U kunt mij bereiken op 030-234 10 20 of via dennis@yard.nl